Je bent hier

Advies Gepaste ondersteuningsstructuur in het kader van Geïntegreerde Zorg en Ondersteuning (GIZO)

Eén van de noodzakelijke bouwstenen voor geïntegreerde zorg en ondersteuning is een mesoniveau dat verbindt, ondersteunt en richting geeft – altijd in functie van de zorg en ondersteuning rond mensen. 

In een recent advies brengt de raad de kaders aan die daarvoor nodig zijn. Voor de raad komt functie altijd vóór vorm: start bij de opdracht, niet bij structuren. Subsidiariteit en coherentie tussen niveaus zijn de leidraad. Ook gedeeld eigenaarschap is onmisbaar. Niet omdat het formeel moet maar omdat actoren zich verbonden voelen met de inhoud. Het mesoniveau moet leren en vernieuwen, maar tegelijk ook stabiliteit en continuïteit bieden zodat samenwerking duurzaam kan groeien. Opdrachten en structuren moeten systematisch getoetst worden op outcome en meerwaarde. Waar resultaten uitblijven, moet ruimte zijn om te corrigeren of te stoppen. Bij dit alles betekent kwaliteit duidelijke doelen, doelgerichte participatie en werkbare samenwerking, met ruggensteun op vlak van data, kennis en proces.

In een tweede deel van het advies past de raad deze inzichten toe op het Eerstelijnsdecreet. 

De raad gaat na waar bijsturing van de huidige decretale structuren nodig is om meer slagkracht, eigenaarschap en resultaatgerichtheid te realiseren:

  • De opdracht moet sturen – niet de schaal of de structuur. Het is de inhoud die bepaalt welke schaal, welke actoren en welke organisatievorm aangewezen zijn. De rigide keuze voor slechts twee schalen (ELZ en regionale zorgzone) in het decreet sluit onvoldoende aan bij de realiteit want het mesoniveau is meerlagig.
  • De verplichte vzw-vorm per eerstelijnszone werkt contraproductief. Ze is te uniform opgelegd en brengt een disproportionele administratieve belasting met zich mee, waardoor energie weglekt van de eigenlijke samenwerking rond zorg en ondersteuning.
  • Personeel en middelen moeten gebundeld en versterkend ingezet worden. Niet opgesplitst in 60 afzonderlijke eerstelijnszones, maar slim georganiseerd op een hoger schaalniveau, mét garantie op een basiswerking in elke zone en met zorg voor een degelijk transitiepad voor de huidige medewerkers. Versterking kan alleen slagen als de middelen die nu aan de zorgraden verbonden zijn, structureel worden meegenomen en gegarandeerd blijven.
  • Participatie moet werken. Niet iedereen overal, maar de juiste actoren rond de juiste opdrachten, thematisch en doelgericht. Transparantie moet ervoor zorgen dat alle actoren betrokken blijven en elkaar versterken.
  • Sturen op inhoud en resultaat. Vlaanderen moet duidelijke doelen formuleren en criteria vastleggen. Opdrachten moeten effectief en duurzaam worden opgenomen. Waar dat niet gebeurt, moet de overheid ingrijpen en bijsturen.
     
  • advies op vraag:
  • Caroline Gennez - Vlaams minister van Welzijn Cultuur Armoede en Gelijke Kansen