## Adviesvraag over het voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 18 mei 2018 betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer, wat betreft de uitbreiding van het toepassingsgebied tot het niet-dringend patiëntenvervoer, en tot wijziging van het decreet van 29 maart 2019 betreffende het individueel bezoldigd personenvervoer en het decreet van (DATUM) tot regeling van het aangepast vervoer, wat betreft de uitzondering met betrekking tot het niet-dringend patiëntenvervoer.





De Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin verwelkomt de hervorming van het decretale kader voor niet-dringend patiëntenvervoer. De voorgestelde overstap van een indeling op basis van de houding van de patiënt tijdens het vervoer (liggend, zittend of in een rolstoel) naar een geïntegreerd systeem dat vertrekt vanuit de zorgbehoefte en de nood aan medisch toezicht tijdens de rit, sluit beter aan bij de praktijk. De hervorming kan bijdragen aan meer rechtszekerheid voor de aanbieders en meer kwaliteit voor de persoon die gebruikt maakt van niet-dringend patiëntenvervoer.

De raad benadrukt wel dat een correcte afbakening van de doelgroep voor dit vervoerstype essentieel is. Niet iedereen die zich van of naar zorg verplaatst is op die moment immers een patiënt die actief medisch toezicht nodig heeft. Daarom is een objectieve en zorgvuldig uitgewerkte triage nodig om te bepalen wanneer wel medisch toezicht tijdens het vervoer noodzakelijk is en welke vervoersvorm dan het meest aangewezen is. Daarbij moet rekening worden gehouden met de kwaliteit van het vervoer, de patiëntveiligheid, de betaalbaarheid, de beschikbaarheid en de inspraak van de patiënt zelf. De raad adviseert om de bestaande expertise uit de sectoren maximaal te benutten bij het bepalen van de triagecriteria.